Berichten

Over de film Les Glaneurs et la glaneuse van Agnes Varda uit 2000 (2004)

  1. Agnes Varda, geboren in 1928 in een voorstadje van Brussel, de grootmoeder van de nouvelle vague film (Godard, Resnais, Truffaut), beroemd geworden met de films Cléo de cinq a sept (1962) over een vrouw die twee uur lang moet wachten op de uitslag van een onderzoek naar kanker en Le Bonheur (1965) over een gelukkig echtpaar, waarvan de gelukkige echtgenoot er een gelukkige minnares bij neemt, dit alles op de klanken van Mozart (maar het loopt niet zo gelukkig af). En daarna de hippie film Lions Love (1970) over een dame met twee heren. Nonconformistische regisseuse van speelfilms dus, maar later ook van documentaires, zoals de documentaire over de winkeltjes in het Parijse straatje waar ze nu al veertig jaar woont: Daguerrotypes over de Rue Daguerre, genoemd naar de uitvinder van de fotografie. Varda was haar leven lang getrouwd met Jacques Demy, filmregisseur, maker van de film Les Parapluis de Cherbourg, de eerste film in de filmgeschiedenis die van begin tot eind werd gezongen in plaats van gesproken. In de hoofdrol Catherine Deneuve. Over haar man maakte ze ook een film: Jacquot de Nantes.
  2. De film is van 2000,  ze was dus 72 toen ze de film uitbracht en ze is nu 76. Een oude dame en dat maakt ze ook duidelijk in de film. Ze toont haar oude handen. Maar deze film van een bejaarde filmster maakt een heel jeugdige indruk. Ik hoop dat ik, als ik de 72 haal, net zo jeugdig denk als zij.
  3. Les glaneurs. In het Nederlands moeilijk te vertalen. Ze rapen de vruchten op, de korenaren, de druiven, de aardappelen, die achterblijven op het veld en dan nemen ze die mee naar huis. Rapen, kun je het noemen. Gaat het om graan, dan heet het aren lezen. Gaat het om hout, dan heet het sprokkelen. Doe je het aan het strand, dan heet het jutten. En verder kom je tegen de woorden scharrelen en in het Belgisch recupereren. In het Frans gaat het over glaner versus grapiller: glaner is oprapen wat op de grond ligt, grapiller is afplukken wat aan een tak hangt. Recuperer is terugnemen wat een ander heeft achtergelaten.
  4. Varda was geinspireerd door het schilderij Les glaneuses uit 1857, dat hangt in het Musée d’ Orsay in Parijs en dat is geschilderd door Jean-François Millet, bekend van menig werkje waarop een deugdzame en godsvruchtige boerenfamilie is afgebeeld. Op dit schilderij zie je drie raapsters aan het werk. Varda vroeg zich af: zou dat scharrelen, dat rapen, dat sprokkelen ook nu nog bestaan?
  5. De film is gemaakt met een kleine digitale handcamera. Het was de eerste keer dat Varda zo’n ding gebruikte. De film draagt er de sporen van.
  6. Bedenk goed als je deze film ziet: het is geen speelfilm, het is geen documentaire, het is geen sociologie, het is, als het iets is: kunst. Het is een soort symfonie van beelden. Je moet ernaar kijken als naar een kunstwerk, niet als naar een documentaire in Nova of in Netwerk. Het lijkt er wel op, maar het is het niet, het is iets heel anders.
  7. In de film zie je allerlei soorten scharrelaars en sprokkelaars. Mensen die aardappelen van het land rapen, waarbij ze onder meer een hartvormige aardappel vinden, die een beetje het symbool van de film wordt. Woonwagenbewoners. Een kok in een sjiek restaurant die zelf zijn kruiden gaat plukken. Mensen die de druiven plukken in een wijngaard die de boer niet heeft geoogst, maar die hij laat verkommeren. Een rechter die in toga midden in het land het recht op rapen uitlegt. Een schilder die werkt met materiaal dat hij weghaalt bij het oud vuil op straat. Bodan Litmanski die van oud afgedankt spul totemtorens bouwt. Glaneurs van mosselen en oesters. Maar onderweg komt ze ook allerlei andere dingen tegen. Het schilderij Het laatste oordeel van Rogier van der Weijden in het Hotel Dieu in Beaune, een wijnboer die ook psychoanalyticus is, de fotograaf Marey die honderd jaar geleden leefde en die met een chronofotografisch geweer in reeksen foto’s bewegingen vastlegde. De actie voor het gescheiden verzamelen van afval: poubelle, ma belle. Pet-flessen waar je mobiles van kunt maken. Vrieskasten en ijskasten die worden verzameld door een zwarte werkeloze man en een oude oude Chinese meneer. François Wertheimer die de muziek voor de film schreef en die zelf een verwoed scharrelaar blijkt te zijn. Maar vooral Alain, de man op de markt in Parijs, vlak bij de tour Montparnasse, de vegetariër, de tijdschriftenverkoper, die op straat alles proeft en eet en eet en proeft wat hij vindt en die in de avonduren alfabetiseringslessen blijkt te geven aan migranten.  En Agnes Varda, zijzelf, die terugkomend van een reis in Japan een hele tas vol spulletjes bij elkaar heeft geglaneerd. Agnes Varda die beelden glaneert van haar eigen oude handen. Agnes Varda die op de snelweg vrachtwagens glaneert door ze tussen duim en wijsvinger te houden. La glaneuse, dat is zijzelf.
  8. Twee jaar later maakte ze de film Deux ans après en daarin kijkt ze terug op deze film. Ik vind dat een pretentieus werkje, ze is een beetje al te trots op zichzelf in die film, vind ik, maar hij biedt wel veel extra informatie over mensen in de eerste film en soms is dat leuk. Zo blijkt uit die film dat Alain, de man die uitsluitend leeft van het eten dat hij op straat vindt, meedoet aan de marathon van Parijs en die volledig uitloopt. De film maakte hem in Parijs tot een beroemdheid, maar desgevraagd zegt hij dat hij Les glaneurs et la glaneuse geen geweldige film vond.
  9. Varda vertelt in die tweede film dat ze nog nooit zo veel reacties heeft gehad op welke film dan ook als op deze. En al die reacties zijn heel erg positief. En niet alleen komen ze van mensen uit alle rangen en standen, maar ze komen ook van mensen uit alle landen. In Japan en China wordt haar film net zo enthousiast bekeken als in Frankrijk en Nederland. Ze heeft dus kennelijk een heel gevoelige snaar geraakt, ze heeft met deze film echt iets te pakken dat veel mensen raakt.
  10. Toen ik in de collegezaal de film aankondigde kwam er een student naar me toe, die vertelde dat hij geboren was op het platteland en dat hij heel vaak met zijn vader en met andere dorpsbewonders had geraapt. Hij zei dat het helemaal niet speciaal iets was voor heel erg arme mensen, dat iedereen er aan meedeed, rijk en arm, dat het een soort dorpsfeest was. Het glaneren, het aren lezen of rapen of sprokkelen bestaat dus nog altijd in zijn oude vorm.

Voordracht ter inleiding van de film Les Glaneurs et la Glaneuse van Agnes Varda, 2004. Voor het eerst gepubliceerd op mijn WordPress-site, 4 februari 2013.